Lezen helpt

‘Kennis dempt het lijden,’ zei Connie Palmen kort na het verschijnen van haar boek Logboek van een onbarmhartig jaar. Hierin beschrijft ze heel persoonlijk het verlies van haar echtgenoot Hans van Mierlo. Ze vertelde tijdens een lezing dat ze een boekenplankje had met alleen maar boeken over dood en verlies. Haar rouwplankje, zo noemde ze het.

Lezen helpt. Door kennis te nemen van de ervaringen en gedachten van anderen over verlies en rouw kun je je eigen lijden in een breder perspectief plaatsen. Dat verzacht, maakt het draaglijker. Je ziet: hé, ik ben niet de enige die dit doormaakt en ik ben niet de enige die dit zo diep voelt.

Dagboeknotities 

Ik heb zelf veel gehad aan de dagboeknotities van de Britse kinderboekenschrijven C.S. Lewis, vooral bekend van de Kronieken van Narnia. De schrijver leefde van 1898 tot 1963 en was het grootste deel van zijn leven ongehuwd. Pas in 1956, achtenvijftig jaar oud, ontmoette hij zijn grote liefde, de Amerikaanse Joy Gresham. Hij trouwde met haar. Hun geluk was echter van korte duur, want slechts een paar jaar later overleed zijn vrouw aan kanker. Over wat dat verlies met hem deed hield Lewis een zeer persoonlijk dagboek bij. In 1961 zijn al deze aantekeningen gepubliceerd, maar dan wel onder een pseudoniem. Lewis wilde namelijk niet dat iemand het boek met hem zou associëren. Het grappige is dat enkele van zijn vrienden hem juist dit boek aanraadden als waardevol voor zijn eigen rouwproces.

In de greep van verdriet

Na de dood van Lewis in 1963 werden zijn dagboeknotities alsnog uitgebracht onder zijn eigen naam. In Nederland zijn ze verschenen onder de titel Verdriet, dood en geloof met als ondertitel: Een genadeloze zelfanalyse. Lewis is erg persoonlijk en heel open. Hij toont zonder terughoudendheid zijn verdriet, bijvoorbeeld als hij schrijft: ‘Maar mijn hart en lichaam schreeuwen het uit, kom terug, kom terug.’

Zijn analyses over hoe het verdriet hem in zijn greep heeft, zijn scherp. ‘En niemand heeft me ooit verteld van de luiheid van het verdriet. Behalve mijn werk – waar de machine schijnt te draaien als altijd – heb ik een hekel aan de geringste inspanning. Niet alleen het schrijven van een brief, het lezen ervan is mij te veel. Scheren zelfs.’ Enkele pagina’s verderop schrijft hij: ‘De schaduw van het leed, ook het nadenken erover, is om zo te zeggen een deel ervan; het feit dat je niet alleen lijdt, maar gedwongen wordt te denken aan het feit dat je lijdt. Niet alleen breng ik elke eindeloos lange dag door met mijn verdriet, maar elke dag denk ik eraan dat ik verplicht ben elke dag met mijn verdriet te moeten doorbrengen.’

Vertrouwen

Lewis gaf mij steun, omdat ik herkende wat hij beschreef. Hij was in zekere zin een rolmodel voor mij waar het ging om rouw. Dankzij hem durfde ik onder meer te vertrouwen dat het ooit beter zou worden. Want voor Lewis brak die dag ook een keer aan.

Hij beschrijft dat moment heel mooi: ‘Iets heel onverwachts is gebeurd. Het kwam vanmorgen vroeg. Om verschillende redenen, zonder een spoor van iets onverklaarbaars of mysterieus, was mijn hart lichter dan het wekenlang geweest was.’


Column Rita Jager uit haar bundel De betekenis van de dagen, over dood en verlies en rouw, een uitgave van de Stichting Tröst.

Comments are closed