De blik

De blik – zo woest
Onuitgesproken
Boosheid ademt
Uit zijn huid
Prikkelbaar tot in zijn tenen
Tergend tot het einde van de dag

Hoe vaak nog respijt verlenen?
Als het eigenlijk niet mag
Gelaten laten gaan
Omwille van de lieve vrede
Zachtjes, zoetgevooisd, geforceerd
kijken of je lijmen kan
Opdat je toch weer dromen kan

Is het angst?
Als hij weer niet is verschenen
Voor de harde woorden
Naderhand de knal,
De stilte?
Daarvoor ben je nog het bangst
Dat een dag zoals zovelen
Uitmondt in die ene
Die het uitwist
Hem voorgoed
Vergewist dat het was en
Niet voor niets
Maar jij
Voorgoed voltooid alleen

Erlijn Mulder, november 2016

Comments are closed